De verdeling van de kosten van kernenergie

Investeringen en hun afschrijving

De investeringskosten van kernenergie omvatten kosten voor:

  • het ontwerp van de kerncentrale;
  • de bouw;
  • het onderhoud (zoals het vervangen van turbines of stoomgeneratoren);
  • de ontmanteling.

Dit alles vertegenwoordigt ongeveer 60% van de totale kosten van de kWh bij een kerncentrale. Een nieuwe kerncentrale van de nieuwe generatie kost ongeveer 4 miljard euro. Deze investering wordt over verscheidene tientallen jaren afgeschreven.

Kosten voor exploitatie en onderhoud

Deze omvatten kosten voor:

De exploitatiekosten van aardgas- en steenkoolcentrales zullen de komende jaren sterk stijgen omwille van hun CO2-uitstoot.

  • het personeel;
  • het dagelijks onderhoud;
  • de administratie;
  • de verzekeringen;
  • enz.

Ze worden onder andere bepaald door de grootte van de centrales en maken ongeveer 20% van de totale kWh uit.

Kosten van de brandstof

Dit betreft de kosten voor:

  • de grondstof (uranium);
  • de fabricage van de splijtstofelementen;
  • de behandeling van de gebruikte splijtstof;
  • de opslag van het afval.

Ze vertegenwoordigen ongeveer 20% van de totale kosten van de nucleaire kWh (het uranium zelf is goed voor ongeveer 5%), in vergelijking tot meer dan 60% voor elektriciteitscentrales op fossiele brandstof. Bovendien zullen de exploitatiekosten van aardgas- en steenkoolcentrales de komende jaren sterk stijgen door de nieuwe overeenkomsten voor de toekenning (allocatie) van CO2-emissierechten.

Competitief voordeel op middellange en lange termijn

Conclusie: de investeringskosten voor een kerncentrale zijn hoog bij de opstart, maar de kosten voor de exploitatie en de brandstof op  langere termijn zijn laag.

Aard kost

Aandeel in de kost van 1 nucleaire kWh

Investeringen

60%

Exploitatie en onderhoud

20%

Brandstof

20%

Dat is net het omgekeerde bij een aardgas- of steenkoolcentrale. Het competitief voordeel van kernenergie moet dus op middellange en lange termijn gemeten worden, zeker als  de afwezigheid van het uitstoten van broeikasgassen in rekening wordt gebracht.