Afhankelijkheid voor primaire energie
Elektriciteit is een secundaire energievorm. Om elektriciteit te produceren, moet je een primaire energievorm omvormen. Die kan hernieuwbaar zijn: wind, zon, golven, enz. Meestal gaat het om een brandstof: hout, aardgas, steenkool, petroleum, uranium, enz.
De fossiele brandstoffen (aardgas, steenkool, petroleum) vertegenwoordigen bijna 75% van het verbruik van primaire energie in België. Maar de natuurlijke bronnen van dit soort brandstof zijn heel erg beperkt in België en in Europa. Wij zijn dus verplicht om ze in te voeren. De gegevens van Eurostat tonen het aan: in 2008 was de energie-afhankelijkheid van Europa 54,8%. Dat cijfer blijft groeien: in 1999 was het 45,2% en in 2004 was het al 50,3%.
In België blijft de energie-afhankelijkheid sinds 1998 vrij stabiel. In 2008 bedroeg ze 79,5%. Aardgas vertegenwoordigt 25% van de verbruikte primaire energie. Voor de voorziening van fossiele brandstoffen zijn we sterk afhankelijk van het Midden-Oosten en Rusland. Kernenergie is een manier om deze afhankelijkheid te verminderen.
De EU hangt voor meer dan 50% van zijn primaire energievoorzieningen af van het buitenland.
Stabiele situatie voor uranium
Vandaag de dag vertegenwoordigt uranium 20% van onze primaire energie. Deze bronnen zijn minder onderhevig aan geopolitieke risico’s. De grootste producerende landen zijn:
- Canada (28%)
- Australië (23%)
- Kazachstan (10,5%)
Euratom (Europese gemeenschap voor atoomenergie) raadt zijn leden aan om altijd over een voorraad uranium te beschikken. Idealiter moet die 2 jaar elektriciteitsproductie kunnen garanderen. België volgt deze aanbeveling zeer nauwgezet. Daardoor is België minder afhankelijk van het buitenland, mocht er zich een probleem met de bevoorrading voordoen.





