Op 31 januari 2003 werd de wet gestemd over de progressieve uitstap van kernenergie voor de industriële productie van elektriciteit. 40 jaar na hun opstart zouden de kerncentrales definitief de deuren moeten sluiten. De 3 oudste kernreactoren (Doel 1 en 2 en Tihange 1, operationeel vanaf 1975) zouden dus in 2015 moeten sluiten. Tal van experten hebben sindsdien gevraagd deze wet aan te passen.
De laatste oproep kwam van GEMIX(ADD GLOSSAIRE). Deze groep van nationale en internationale experten werd door de regering in het leven geroepen. Hun missie: nadenken over de toekomst van de elektriciteitsbevoorrading van het land.
De sluiting van 3 reactoren in 2015 zou de kans verkleinen dat belgië zijn ambitieuze doelstellingen inzake het verminderen van CO2 zou halen.
Hun conclusies waren duidelijk. De GEMIX-groep zag niet hoe men voldoende elektriciteit zou kunnen leveren voor een prijs die de koopkracht van de consument en het concurrentievermogen van de ondernemingen beschermde, als men de oudste Belgische kerncentrales (Doel 1 en 2, Tihange 2) zou sluiten. De sluiting van de 3 eenheden in 2015 zou het land uit zijn evenwicht kunnen brengen. Het zou ook nadelig zijn in het kader van de doelstellingen over het verminderen van de CO2-uitstoot.
Het protocol tot akkoord
De principiële beslissing werd vertaald in een protocol tot akkoord, dat op 22 oktober 2009 tussen de regering en de groep GDF SUEZ werd gesloten. GDF SUEZ is het moederbedrijf van Electrabel, dat de kerncentrales in België uitbaat.
Dit protocol onderschrijft de strategische rol van Electrabel en GDF SUEZ in het oplossen van 3 grote uitdagingen voor de energiesector:
- bevoorradingszekerheid,
- een toegankelijke prijszetting,
- respect voor het milieu.
Bovendien legt dit protocol een duidelijk reglementair kader vast dat GDF SUEZ toelaat zijn activiteiten in België verder te ontplooien:
- Producenten van kernenergie engageren zich om elk jaar een bijdrage van 215 tot 245 miljoen EUR te leveren aan het overheidsbudget, gedurende de periode van 2010 tot 2014.
- Tussen 2010 en 2015 zal GDF SUEZ via Electrabel 500 miljoen EUR investeren in hernieuwbare energie.
- GDF SUEZ denkt tegen 2015 meer dan 10.000 werknemers in België aan te werven. Het bedrijf zal samen met de overheid projecten ontwikkelen voor professionele opleiding.
- GDF SUEZ zal een actie opzetten in het kader van onderzoek en ontwikkeling. De groep zal elk jaar een bedrag van 5 miljoen EUR besteden aan onderzoek rond kernenergie, energie-efficiëntie en nieuwe technologieën om CO2 op te vangen en te bewaren.
De technische aspecten
De verlenging van de uitbating omvat een belangrijk technisch luik dat zich over de komende jaren uitspreidt. Het zal voorgelegd worden aan onafhankelijke veiligheidsexperten, het FANC (Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle) en haar agentschap voor operaties op het terrein, Bel V.
Deze belangrijke missie zal duizenden werkuren van ingenieurs vergen. Alleen al de samenstelling van de eerste technische dossiers, vereist een team van twintig mensen, waaronder een groot aantal medewerkers van Tractebel Engineering.
Naast het vele voorafgaande werk, bestaat de eerste stap uit het samenstellen van een compleet technisch dossier dat eind 2011 aan de overheid overgemaakt moet worden. Het vervolg hangt af van de goedkeuring van het dossier door de onafhankelijke experten.
Dit dossier wordt volgens een internationaal erkende methodologie samengesteld. Het bestaat uit verschillende luiken:
- Studie over ‘ageing’. Dit is in eerste instantie een studie van alle componenten en systemen waarvan de goede werking beïnvloed zou kunnen worden door de veroudering tengevolge van de duur van uitbating. In een tweede fase moet de studie ook acties verantwoorden, plannen en op touw zetten die een perfect management van deze ‘ageing’ of veroudering mogelijk maken. Het komt erop aan te bewijzen dat elke component en elk systeem maximaal beveiligd is en niet bedreigd wordt door het verder zetten van de uitbating.
- Studie over het design. Een uitgebreidere studie gaat over het design (het concept) en moet ervoor zorgen dat het veiligheidsniveau van de 3 kernreactoren bij de allerhoogste blijft (de Belgische kerncentrales behoren tot de veiligste ter wereld).
Als de controle-instanties deze technische rapporten goedkeuren, worden gedurende de drie daaropvolgende jaren nieuwe bijkomende studies opgestart. De uitvoering van de projecten die hieruit voort kunnen vloeien, zal voornamelijk vanaf 2015 plaats vinden.
Een ingenieur op het terrein legt uit: “Al dit werk voor de komende jaren is een mooie uitdaging. Maar je moet niet vergeten dat mensen die met kernenergie bezig zijn, altijd werken volgens een logica die op constante verbetering gericht is. Wij zijn dergelijke uitdagingen dus gewoon. Bovendien is het motiverend om nieuwe expertise te kunnen opdoen!”
Internationale expertise
Op internationaal niveau wordt ook ervaring opgedaan rond het verlengen van de levensduur van kerncentrales. In Nederland en in Zwitserland werden al dergelijke verlengingen toegekend.
De methodologie die bij ons gebruikt wordt, is deels geïnspireerd op die van de NRC (Nuclear Regulatory Commission) in de Verenigde Staten. De ervaring toont aan dat een normale uitbating van een kernreactor vereist dat tal van onderdelen met beperkte levensduur regelmatig vervangen worden. Dat gebeurt op basis van een regelmatige planning of op basis van slijtage. De procedure van de NRC voor het vernieuwen van een licentie focust dus voornamelijk op de onderdelen en systemen die niet ontwikkeld werden om vervangen te worden. De uitbater moet een geïntegreerde evaluatie van de veroudering van de kerncentrale en alle onderdelen voorleggen en bewijzen dat hij de veroudering aankan (kuip, stoomgeneratoren, beton van de gebouwen, elementen onderhevig aan seismische invloeden, enz.). De NRC doet alle nodige keuringen en nazichten.
(ADD LINK TO PDF – Note technique de l’AFCN et de Bel V.)





