Veiligheid die continu verbetert

Geen Belgisch Tsjernobyl

De grote angst in kerncentrales is fusie van de kern. In Tsjernobyl geraakte die oververhit toen de operatoren de controle over de kernsplitsing verloren. Het reactorhart sloeg volledig op hol. De westerse kernreactoren beschikken over veiligheidssystemen die zo’n oververhitting van de kern helpen vermijden. Deze systemen beantwoorden aan bijzonder strenge internationale veiligheidseisen.

Evolutie van de veiligheid

  • In de eerste centrales was er sprake van actieve veiligheid. Een ingreep van buitenaf was nodig om de kerncentrale te stoppen. De operator moest daarover beslissen en een bepaald mechanisme opstarten.
  • Alle Belgische kerncentrales behoren tot de volgende generatie. De veiligheid van deze kerncentrales berust op passieve systemen. Om de kernreactor te stoppen is geen interventie van buitenaf meer nodig. Er wordt gebruik gemaakt van de zwaartekracht. In de kernreactor worden regelstaven neergelaten die de reactie stoppen. De passieve veiligheid geeft de operatoren veel meer uitstel voor ze zelf moeten ingrijpen.

In de volgende generatie kernreactoren stopt de reactor vanzelf als er ook maar iets fout loopt.

  • De nieuwste generaties reactoren maken gebruiken van intrinsieke (of natuurlijke) veiligheid. Bij een storing stopt de reactor automatisch. Om dit hoogste veiligheidsniveau te bereiken, start alles bij het ontwerp van de reactor. Systemen die met deze maatregelen overeenkomen, zijn ‘passief’ omdat er geen menselijke interventie meer nodig is. In België werkt het SCK•CEN actief mee aan onderzoek naar en ontwikkeling van passieve kerncentrales.