Verplichte noodplannen

Interne en externe noodplannen

In België is elke uitbater van een nucleaire installatie wettelijk verplicht een intern noodplan op te stellen om het hoofd te bieden aan gelijk welk voorval. De overheid stelt op haar beurt een extern noodplan op voor het geval dat een ongeval gevolgen heeft die verder strekken dan de betrokken nucleaire vestiging.

Extern noodplan

Het externe noodplan wordt beheerd door de FOD van Binnenlandse Zaken en de oefeningen vallen onder de bevoegdheid van het Crisiscentrum van de Regering. Dat zorgt voor het materiaal, de organisatie en de coördinatie. Bedoeling? Bij een ongeval zo snel mogelijk kunnen ingrijpen. De voorbereiding zit zo in elkaar dat bij een ongeval alle beschermingsmaatregelen voor de bevolking en het milieu automatisch in werking treden.

Verschillende instanties nemen deel aan de uitwerking van de plannen en de noodmaatregelen:

  • Ordehandhavers;
  • Ziekenhuizen en medisch personeel;
  • Civiele Bescherming;
  • Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle;
  • Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen;
  • Koninklijk Meteorologisch Instituut;
  • Studiecentrum voor Kernenergie van Mol;
  • Nationaal Instituut voor Radio-elementen;
  • Bel V en de andere controle-organen in het nucleair domein.

Het nucleair noodplan voor het Belgisch grondgebied steunt op een intense samenwerking tussen een reeks overheidsorganismen. Het wordt regelmatig getest. Elk jaar staan er doelgerichte oefeningen op het programma om de nodige lessen  te trekken en eventueel de noodplannen bij te sturen.

Nucleair Fonds

De nucleaire elektriciteitsproducenten vormen een Nucleair Fonds (vergelijkbaar met het Sevesofonds voor de chemische sector). Dit stelt jaarlijks een budget ter beschikking van de overheid voor de externe rampenplanning en de bijbehorende oefeningen.